Supervariatie komt voor de val

Drie quotes van kennissen die wat gevarieerder wilden eten. Maar die niet wisten hoe. Want ze aten toch al gevarieerde gerechten? Kijk maar:

“Ik maak al keigevarieerde pastasaus. Met gehakt en een beetje spekjes, zo met ui selder en wortel, lekkere blokjes courgette, en dan doe ik er voor de kleur gele rode en groene paprika’s bij, en tomatensaus natuurlijk.”

En dat eten ze elke woensdag. 52 keer per jaar dezelfde keigevarieerde spaghetti.

“Mijn salade is een rijke variatie: een combinatie van sla, tomaten, komkommer, mais, en geraspte wortelen.”

OK… en welke rauwkost eten we de volgende keer? Dezelfde. Elke keer dezelfde bonte salade.

“Ik ben fier op mijn gevarieerde groenten uit eigen tuin. Daar eten wij een heel jaar onze groentensoep van. Die maken we met ui, selder, wortel, prei en courgetten.”

Drie keer per week. 156 keer per jaar dezelfde alles-bij-mekaar-soep.

Ze schieten zich goedbedoeld in de voet.

Door alle mogelijkheden in één gerecht te steken beperk je jezelf juist.

Met dezelfde pasta-ingrediënten kan je maken:

gehaktballen met tomatensaus
spekjes met wortel en courgette
gehakt met ui en drie kleuren van paprika
gehakt met tomaat ui wortel selder
… en ga zo maar door.

Wat dacht u van

een tomatensalade
een komkommer salade
gemengde slasoorten
een keer wortelen en mais.
… allemaal salades met elk zijn honderd varianten.

En recht uit de moestuin:

ajuinsoep
preisoep
wortelsoep
courgettesoep
… en vele combinaties.

Hoed u voor de variatieparadox: hoe meer verschillende ingrediënten je in één gerecht steekt, hoe minder verschillende gerechten je kan maken.

Tutti frutti is een ijssoort, geen variatie.

Wat vind je er van?